Loïs Lankester

‘Ik zag alleen maar wij, wij, wij. Waar ben ík?’

Voor Loïs veranderde haar leven van het ene op het andere moment. Terwijl haar gezin terechtkwam in een periode vol onzekerheid, vragen en oordelen van buitenaf, probeerde zij vooral sterk te blijven voor de mensen om haar heen. Pas veel later ontdekte ze wat dat met haarzelf had gedaan. Nu vertelt ze openhartig over haar familie en de kracht van kwetsbaarheid. “Iedereen heeft littekens die niemand ziet.”

Het is een doodnormale avond. Mama staat te koken. Mijn broer, mijn zusje en ik komen langzaam thuis van school en werk. Eigenlijk zou papa ook gewoon thuiskomen.

Maar hij komt niet.

Mijn vader heeft een eigen bedrijf met een vestiging in Duitsland. We weten dat hij daar die dag aan het werk is, dus besluiten mijn broer en ik in de auto te stappen. Mama en mijn zusje blijven thuis. Als de navigatie aangeeft dat we nog vijf minuten moeten rijden, gaat mijn telefoon. Mama.

Papa heeft gebeld en hij heeft maar een paar zinnen kunnen zeggen: “Ze houden me vast. Ik ben opgepakt. Ik ben bedreigd.” Daarna is de verbinding weg.

En wij weten niets.


Drie weken van de aardbodem

Mijn broer en ik rijden terug naar huis. Daar zitten we met z’n vieren, zonder enig idee waar papa is of wat er precies is gebeurd. Misschien is hij opgepakt. Misschien is hij ontvoerd. Misschien is er nog iets veel ergers gebeurd. Onze hoofden maken de verhalen steeds groter. En ik kijk naar mijn familie; wie moet ik troosten, wie moet ik vasthouden?


Drie weken lang horen we niets van hem. Het enige wat we hebben, zijn die paar zinnen. Daardoor weten we in ieder geval dat hij op dat moment nog leefde. 

Pas na drie weken krijgen we weer een telefoontje. Papa zit in de gevangenis in Duitsland. Maar daarmee hebben we nog nauwelijks antwoorden. Na ongeveer een maand horen we dat het om drugs gaat. Pas nóg veel later wordt duidelijk wat er precíes is gebeurd. 


De eerste acht maanden zit papa in voorarrest en mogen we hem één keer per maand ongeveer twee minuten spreken. In het Duits, want Nederlands mag niet. En wij spreken geen Duits. Probeer dan maar eens in twee minuten te vertellen dat je bang bent en dat je hem mist. Dat je boos bent. Dat je wilt weten wat er gebeurd is.


In die tijd weet ik niet wat ik moet voelen. Natuurlijk ben ik boos; mijn vader heeft drugs vervoerd en ineens is hij weg uit ons gezin. Maar ik weet ook niet waaróm hij het heeft gedaan. Heeft hij hiervoor gekozen? Is hij gedwongen? Wat is er in hemelsnaam gebeurd?  En ondertussen kijkt de buitenwereld mee.



Onze naam in de supermarkt

In het dorp ontstaan al snel verhalen. Mijn vader heeft een bedrijf met zijn eigen merk hondenbrokken en mensen zeggen dat de drugs vast in die zakken zaten. Mijn broer werkt af en toe voor papa, dus hij zal er ook wel bij betrokken zijn. Mensen kijken naar onze kleding. Naar onze auto’s. Hoe kunnen zij dat allemaal betalen? Alsof wij ineens medeverdachten zijn omdat we zijn kinderen zijn…

Soms hoor ik onze naam fluisteren in de supermarkt of op de voetbalclub. Vaak negeer ik het. Maar soms spreek ik iemand aan en dan zie ik de schrik: blijkbaar hadden ze niet verwacht dat ik iets terug zou zeggen.

Als gezin zijn we juist in die periode heel sterk. We huilen bij elkaar en praten met elkaar. Tenminste, dat dacht ik toen. Want achteraf weet ik dat ik over één persoon nauwelijks praatte. Over mezelf.



Als het met jullie goed gaat, gaat het met mij goed

Terwijl papa vastzit, leef ik op de automatische piloot. Ik zorg. Voor mama. Voor mijn zusje. Voor mijn broer. Zolang ik maar niet over mezelf hoef te praten, zorg ik voor iedereen die mij nodig heeft. In het weekend vind ik het bijvoorbeeld verschrikkelijk als mama alleen thuiszit. Mijn zusje gaat naar een feestje, mijn broer is bij zijn vriendin en eigenlijk heb ik zelf ook plannen. Toch zeg ik af. Ik vertel mezelf dat ik dat voor mama doe. En dat is ook zo. Maar later begrijp ik: als ik thuisblijf, dan hoeft niemand te zien dat ik helemaal niet lekker in mijn vel zit.


Later mag papa vanwege zijn goede gedrag op weekendverlof, maar hij moet wel in Duitsland blijven. Mama boekt dan een huisje en we zoeken hem daar op. Ik ben negentien jaar; mijn leven is ook thuis, bij mijn vriend, mijn vriendinnen, bij voetbal en feestjes en iedere keer denk ik: wie ga ik vandaag teleurstellen? Als ik niet naar Duitsland ga, stel ik papa en mama teleur. Als ik wel ga, laat ik de mensen thuis zitten. Dus probeer ik alles te doen; ik rijd ’s morgens alleen naar Duitsland, ben daar bij papa en mama en rijd later weer terug om nog naar de voetbalclub of een feestje te gaan. Ik wil niemand teleurstellen, maar uiteindelijk stel ik vooral mezelf teleur. En dat vertel ik niemand.


Waar ben ik?

De echte klap komt jaren later.

Door een whiplash kom ik vier maanden thuis te zitten. Ineens kan ik niet meer vluchten in werk, zorgen en doorgaan en ontstaat er stilte. In die stilte begin ik te schrijven. Eerst gewoon om vast te leggen wat er met papa en ons gezin is gebeurd. Ik typ en typ. Over wat we meemaakten. Wat we voelden. Hoe we ermee omgingen. Tot ik mijn eigen tekst teruglees en ik steeds hetzelfde woord zie: wij.

Wij. Wij. Wij. En ineens denk ik: waar is ik? Waar ben ik?

Dat moment verandert alles. Voor het eerst durf ik niet alleen te schrijven wat ons gezin is overkomen, maar ook over wat het met míj heeft gedaan. Dan komen de tranen. Ik besef hoeveel verdriet ik heb weggestopt. Hoe vaak ik pas huilde als ik ’s avonds alleen in bed lag. Hoe moe ik was. Hoe lang ik tegen mezelf had gezegd: als het maar goed gaat met iedereen om mij heen, dan gaat het ook goed met mij. Maar het ging helemaal niet goed met mij.


Schrijven wordt een emotionele waterval en tegelijkertijd voelt het als een opluchting. Ik hoef mijn gevoelens niet langer klein te maken om anderen te beschermen. Ik mag ook zeggen: dit deed míj pijn. Het boek dat ik oorspronkelijk schrijf om anderen te helpen, blijkt allereerst mijzelf te helpen. Daarna zoek ik ook hulp. Ik kijk naar mijn eigen levensverhaal en ontdek dat mezelf wegcijferen niet pas begon toen papa werd opgepakt. Ik deed het al veel langer. En langzaam leer ik mezelf een andere vraag te stellen. Hoe gaat het eigenlijk met mij?


Nu weet ik: ik mag zorgen voor de mensen van wie ik houd, zonder mezelf daarin kwijt te raken. Ik mag verdriet hebben zonder een ander tot last te zijn. En ik geloof inmiddels dat kwetsbaarheid geen zwakte is; mijn grootste kracht is uiteindelijk ontstaan toen ik begon te praten over hoe het werkelijk met mij ging.


Achter ieder mens zit een verhaal

Papa is inmiddels weer thuis, we zijn weer met z’n vijven. Maar dat betekent niet dat alles zomaar voorbij is. Toen hij terugkwam hebben we hem liefdevol ontvangen, maar er zijn ook ruzies geweest. Verdriet. Boosheid. Papa zelf had tijd nodig om te vertellen wat hem was overkomen. Zo werd langzaam duidelijk dat hij onder grote druk was gezet en bedreigd werd. Er waren foto’s van ons gebruikt om hem angst aan te jagen; als hij niet zou meewerken, zou zijn gezin iets worden aangedaan. Dat maakt wat er gebeurd is niet ongedaan. Maar het hielp mij wel om het te begrijpen, zonder mijn eigen pijn kleiner te maken.


De detentie is voorbij, maar het verhaal reist nog altijd met ons mee. Nog altijd zijn er mensen die mij zien als ‘de dochter van’ en juist daarom wil ik iets doen met mijn ervaring. 


Ik werkte al in de zorg, binnen de ggz en jeugdzorg. Nu bouw ik daarnaast aan mijn eigen bedrijf. Ik wil er zijn voor kinderen van wie een ouder gedetineerd is, omdat ik zelf heb gevoeld hoe eenzaam die positie kan zijn. Er waren wel mensen met wie ik kon praten, maar weinig mensen van wie ik voelde: jij begrijpt werkelijk hoe ingewikkeld dit is. Misschien hoeft iemand het ook niet volledig te begrijpen. Misschien begint het gewoon met luisteren. Met vragen: hoe is dit voor jou?


Het is niet altijd makkelijk, maar ik probeer zelf minder snel te oordelen. Omdat ik weet hoe hard een oordeel binnen kan komen, vooral van iemand die jouw hele verhaal niet kent.  Van deze ervaring heb ik mogen leren dat achter ieder mens een verhaal zit dat je aan de buitenkant niet kunt zien. Iedereen heeft littekens die niemand ziet.

Dus voordat je een oordeel klaar hebt, stel eens een vraag. En luister dan echt.



  • Abraham Tadese

  • Angelique

  • Belinda

  • Bram

  • Els Croughs (60)

  • Eduard

  • Imme

  • Jaymee Frissen

  • Kimberly Verwoert

Cookies & Privacy

Wij maken gebruik van cookies.

Google Analytics
Bezoekersstatistieken, websitebezoek en gebruik wordt gemeten en gebruikersgegevens worden anoniem verzameld.

Vimeo
Gegevens over de bezoeken van de gebruiker worden verzameld zoals welke pagina’s zijn gelezen.

YouTube
Klikgedrag, bekeken video’s en aangepaste voorkeuren worden verzameld. Bezoekersinformatie en gebruikersgedrag wordt gebruikt voor advertenties.