Belinda’s verhaal begint niet toen ze dertig was en alles ontspoorde. Het begint veel eerder, in haar jeugd. Maar in haar dertiger jaren liep alles echt uit de hand. Ze raakte zichzelf kwijt, haar gezin leed onder haar gedrag en uiteindelijk werd de diagnose borderline vastgesteld.
Op mijn lagere schoolrapport stond: Belinda is een beetje dromerig, ze kijkt veel naar buiten. Ik had veel fantasie en kon makkelijk vriendinnen maken, maar vanbinnen was ik vaak ergens anders. Vooral nadat mijn ouders gingen scheiden had ik het moeilijk. Mijn moeder werd Jehovah’s Getuige en mijn vader was het daar niet mee eens. Ik voelde me loyaal aan allebei, maar vanaf dat moment vielen onze werelden uit elkaar en voelde ik me nergens meer echt veilig.
Mijn moeder probeerde vooral te overleven. Er kwamen mannen in haar leven die niet goed voor ons waren. Eén van hen terroriseerde het gezin en later was er een vriend die mij misbruikte. Ik had aangegeven dat ik liever niet wilde dat die man nog in de buurt was en mijn moeder beloofde dat. En toch stond hij op een dag weer in de woonkamer. Dat deed zo ontzettend veel pijn, dat ik niet meer terug naar mijn moeder wilde. Uiteindelijk ben ik naar mijn vader verhuisd.
Wat ik voelde, liet ik niet echt zien. Naar buiten toe lachte ik veel, maakte ik grapjes en deed ik een beetje gek. Zolang ik het luchtig hield, hoefde niemand te zien hoeveel pijn ik vanbinnen had. Ook bij mijn vader vond ik geen rust. Zijn vrouw begon weer drugs te gebruiken en wilde me de deur uit.
Gelukkig had ik toen mijn vriend al leren kennen, de man met wie ik nu nog steeds samen ben. Maar mijn verleden werkte door in alles, vooral in relaties. Ik had veel moeite om me aan iemand te hechten. Ook in mijn relatie met mijn man gaf dat veel spanningen, omdat vertrouwen voor mij nooit vanzelfsprekend was.
Op mijn twintigste trouwde ik, maar na een jaar begonnen de huwelijksproblemen. Ook daar draaide het weer om vertrouwen. Binnen de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen kwam daar nog iets bij: regels, oordeel en uitsluiting. Dat gebeurde bij mijn man, die werd uitgesloten. Niemand groette hem nog; je bent er wel, maar eigenlijk besta je niet meer voor de anderen.
Toen onze zoon Niels werd geboren, was ik dankbaar dat we het samen gered hadden, maar echt zorgeloos blij zijn kon ik niet. Alsof er altijd iets op de achtergrond meespeelde. Alsof ik steeds dacht: ik moet het goed doen. Ik moet het beter doen dan mijn moeder.
Als moeder had ik weinig zelfvertrouwen. Ik wist niet of ik het goed deed. Toen Niels ouder werd, viel op school op dat hij erg druk was. Er werd gedacht aan ADHD en ik heb me daar veel zorgen om gemaakt. Ik wilde alles opvangen, alles goedmaken en Niels beschermen tegen wat ik zelf had gemist. Toen hij ouder werd, sloeg dat door in overbescherming. Achteraf zie ik dat ik aan het overcompenseren was.
Toen Niels vijf was werd ik verliefd op iemand anders en zijn we een tijd uit elkaar geweest. Uiteindelijk toch weer bij elkaar gekomen, maar ook ik werd uitgesloten van de gemeenschap. Rond mijn 32ste ging het opnieuw mis. Ik had mezelf niet onder controle: vriendje hier, vriendje daar, soms niet thuiskomen. En ik verwaarloosde mijn gezin. Dat is hard om te zeggen, maar helaas wel de waarheid.
In die tijd schreef mijn halfzus een scriptie over borderline en zei tegen mijn man: het lijkt alsof ik over Belinda schrijf. Dat kwam hard binnen. Niet omdat zo’n label alles zegt, maar omdat ik me wel herkende in de wisselende stemmingen, de woede en de chaos. Mijn man trok toen een grens. Of ik liet me behandelen, of hij zou weggaan. Ik ben toen in behandeling gegaan en kreeg die diagnose. Ik vond mezelf een verschrikkelijk persoon en tegelijk zat ik ook erg in een slachtofferrol. Ik zag wel hoe kapot ik was, maar nog niet echt wat mijn gedrag met anderen deed.
Later ging het opnieuw mis toen ik mijn antidepressiva wilde afbouwen. Dat gebeurde veel te snel en ik kreeg een zware terugval. Daardoor ben ik drie keer opgenomen geweest. Dat was een heel beangstigende periode midden in de coronatijd. Door mijn achtergrond bij de Jehovah’s Getuigen schoot ik in oude angsten en geloofde ik dat dit het einde van de wereld was. Ik gaf aan dat de medicatie en de bijwerkingen me kapotmaakten, maar dat werd niet echt serieus genomen. Ik voelde me niet gehoord, niet gezien.
De echte verandering begon voor mij niet tijdens die opnames, maar tijdens mijn herstel daarvan. Ik kwam op een dagbesteding terecht waar ik prijskaartjes aan papegaaispeeltjes moest maken. Ik dacht huilend: is dit nou mijn leven? Maar langzaam kwam ik verder. Ik ging werken bij de receptie en kwam in contact met mensen die vanuit eigen ervaring spraken. Via cursussen als Herstel Jezelf en Werken met Eigen Ervaring leerde ik op mezelf reflecteren.
Daar gebeurde iets wat groter was dan een diagnose. Ik leerde anders kijken. Niet alleen naar mezelf, maar ook naar mijn moeder. Jarenlang had ik haar vooral gezien als degene die mij beschadigd had. Maar tijdens het schrijven van mijn verhaal viel er iets op zijn plek. Mijn moeder was niet alleen degene die mij pijn had gedaan. Zij was ook iemand die steeds had moeten overleven.
Sindsdien kijk ik met veel meer compassie. Naar mijn moeder, naar mijn gezin en naar mezelf. De relatie met mijn zoon en mijn man is totaal veranderd. We praten meer. We begrijpen elkaar beter. Het masker is weg.
Juni 2024 verhuisden we naar Limburg. Van Den Haag naar meer rust, minder prikkels. Ik voel me hier ontzettend op mijn plek. Mensen zeggen je gedag op de fiets. Dat lijkt klein, maar voor mij is het groot.
Nu ben ik vrijwilliger in het herstelhuis in Horst, vanuit Stichting Zelfregie. Daar komen mensen om even op adem te komen, mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ik wil er graag voor hen zijn. Juist omdat ik weet hoe het voelt om niet begrepen te worden.
Vroeger vertelde ik bij sollicitaties nooit dat ik psychisch kwetsbaar was. Ik schaamde me. Maar nu ben ik open. Vraag het me en ik vertel het. Omdat ik stigma wil doorbreken.
Als ik iets wil meegeven, dan is het dit: herstel is altijd mogelijk. Hoe zwaar je het ook hebt gehad, hoe diep je ook bent gegaan, herstel is mogelijk. Ik weet dat omdat ik het leef. Ik voel me positiever dan ooit en heb de regie over mezelf terug. Ik ken nu mijn grenzen, weet beter wat ik nodig heb en voor het eerst in mijn leven voelt mijn gezin ook echt als een gezin.
Het leven is mooi, dat durf ik nu gerust te zeggen. En ik meen het ook nog.
Wij maken gebruik van cookies.