Kimberly Verwoert

“Herstel is vaak gewoon liefdevol aankloten.”

Kimberly Verwoert (24) leerde al vroeg hoe het voelt als je te veel draagt en te weinig ruimte voelt. Ze praat duidelijk en vertelt een helder verhaal. Maar ze heeft veel moeten doorstaan om tot die helderheid te komen.  “Dankbaar voor die donkerste periode ben ik niet. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben, maar het was ook prima geweest als ik het niet had hoeven meemaken.”



Een kind dat al vroeg moest kiezen

“Mijn verhaal begint thuis, toen ik nog klein was, met ouders die zelf problemen hadden. Daardoor was het fysiek en mentaal niet altijd veilig. Soms leek het rustig, maar vanbinnen stond ik altijd aan. Toen ik twaalf werd, mocht ik zelf beslissen of ik nog naar mijn vader ging. Ik koos ervoor om dat niet meer te doen en nam een ander telefoonnummer. Dat hield ik geheim en vermeed familie zoveel mogelijk. Uiteindelijk verbrak ik het contact, omdat ik er elke keer overstuur van raakte en het thuis te veel spanning gaf. Na alle ruzies, Bureau Jeugdzorg en andere hulpverlening, ontstond er iets van rust.” 




Alles was mijn schuld

“In die tijd begon ik op de middelbare school. Ik was heel onzeker en dacht heel negatief over mezelf. Als ik iets fout deed, voelde dat als: ik bén fout. Op school werd ik ook gepest. Alles voelde als een persoonlijke aanval en in mijn hoofd werd het een regel: alles wat fout gaat is mijn schuld. Iets aan mij is niet goed. Dat kantelde naar de gedachte: misschien hebben anderen geen last meer van mij als ik er niet meer ben. Niet omdat ik dood wílde, maar omdat ik de stress niet aankon. Ik kon niet verwoorden waarom ik verdrietig, boos of bang was. Je zit gevangen in jezelf, omdat je niet begrijpt wat er gebeurt.” 



Aanwezig zijn

“Ik praatte eigenlijk niet, uit angst om anderen tot last te zijn. Tot ik jongerenwerker Jeremy ontmoette. Ik zat al lang in het jongerencentrum; ik zat daar gewoon. Hij vroeg me of het goed ging, maar ik liet het niet binnen. Pas toen ik me zorgen maakte om een vriendin en hulp vroeg voor haar, draaide Jeremy het naar mij. Voor het eerst praatte ik over mijn problemen. Het was verwarrend en schaamtevol, maar het luchtte wel op. Wat ik me vooral van hem herinner is ‘presentie’: aanwezig zijn, niks forceren, nabij blijven. Met concrete vragen. Hij had het gevoel dat ik aan de dood dacht en vroeg het gewoon. Ik wist toen nog niet dat wat ik voelde een doodswens was; voor mij was het ‘gewoon’ een optie.”



Een tunnel van uitzichtloosheid

“Lange tijd had ik niet door dat die gedachten samenhingen met mijn zware gedachtes en met het feit dat ik mezelf beschadigde. Pas later werd ‘misschien is het beter als ik morgen niet meer opsta’ een plan. Ik heb acht jaar met dit soort gedachten geworsteld. In mijn leeftijdsgroep werd het extreem genormaliseerd. Ik zocht herkenning op Instagram en belandde bij accounts vol suïcidaliteit en uitzichtloosheid, zonder dat er over herstel werd gesproken. Terwijl je eigenlijk op zoek bent naar hoop: kan het leven beter worden? Later vond ik ook herstelaccounts, waar zelfs kleine dingen weer mochten tellen. Dat gaf me uiteindelijk houvast.”

“Rond mijn veertiende werd mijn moeder ernstig ziek en kreeg ik de rol van jonge mantelzorger. Vier jaar lang deed ik de was, de lichamelijke verzorging, de medicatie en het contact met hulpverleners. Mijn eigen therapeutische behandeling werd bijzaak, want ik was bang dat mijn moeder dood zou gaan en dat ik een wees en dakloos zou worden. Als mijn moeder een beetje opknapte dan wilde ze weer haar moederrol pakken. Maar ik had al die tijd voor haar gezorgd en pikte het niet dat zij opeens weer grenzen ging stellen en zich met mijn leven ging bemoeien. Zo kwam onze relatie onder flinke druk te staan.”


Niet vechten, wel blijven praten

“Mijn psychiater stelde toen beschermd wonen voor, omdat het echt heel slecht ging. Die afstand deed me goed: ik leerde mezelf eindelijk een beetje kennen, omdat ik niet voortdurend hoefde te zorgen. Maar het betekende ook dat ik door een hel aan gevoelens, ideeën en gedachten moest. In die periode heb ik helaas een suïcidepoging ondernomen. Toen de behandeling uiteindelijk aansloeg, zakte mijn doodswens niet meteen weg; het werd meer een ‘optie’ in plaats van een ‘opdracht’. En hoe tegenstrijdig het ook klinkt: door er niet continu tegen te vechten, zakten de gedachten verder. Ik kon ze bespreken. Dat mensen het gesprek open bleven houden, verlaagde de druk.”



Liefdevol aankloten

“Ik had veel zelfstigma. Ik dacht vaak: ik ben knettergek. En ook: wie ben ik nog zonder die gekte? Wat mij hielp was leren zien dat ‘mezelf beschadigen’ een overlevingsstrategie was die mij lang geholpen heeft, maar me niet langer diende. Ik plakte het kistje waarin ik alles bewaarde vol met ducttape. Als de drang kwam, had ik tijd nodig om het open te krijgen. Vaak ging de drang dan weg en daardoor kon ik uiteindelijk stoppen met zelfbeschadiging. Herstel is dus ook verantwoordelijkheid nemen. Iemand noemde het eens ‘liefdevol aankloten’. Niet alles kun je oplossen, maar soms vind je een manier om er beter mee om te gaan.” 

Van herstel naar gewoon leven

“Na een tijd stopte de therapie en hield ook het beschermd wonen op. Toen begon het pas echt: op eigen benen staan, je leven zelf inrichten en ondertussen de angst voor terugval. Ook de vraag: wie ben ik zonder al die hulp om me heen? Juist daarom waren plekken waar ik gewoon Kimberly kon zijn zo belangrijk. Op mijn vrijwilligerswerk. En in het jongerencentrum. Daar was er naast de zware gesprekken ook ruimte voor lucht: een potje tafelvoetbal, even normaal doen.” 

“Nu ben ik 24, met een vriend, een huis, een leuke baan en een eigen bedrijf rond jonge mantelzorgers en mentale gezondheid. Ik ben niet de Kimberly van vijf jaar geleden. Ik blijf groeien. En waar ik vroeger vooral zwaarte zag, mag het nu ook gewoon lichter zijn. Ik vertrouw erop dat ik met het leven om kan gaan. Dankbaar voor die donkerste periode ben ik niet. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben, maar het was ook prima geweest als ik het niet had hoeven meemaken. Ik heb er vrede mee. En als ik één boodschap mag meegeven: praat! En durf het gesprek te openen. Het hoeft niet perfect te zijn. Voor mij waren juist de rommeligste vragen het fijnst: echte mensen, echte interesse. Niet meteen denken in oplossingen - soms is het al genoeg dat iets er gewoon mag zijn.” 


Cookies & Privacy

Wij maken gebruik van cookies.

Google Analytics
Bezoekersstatistieken, websitebezoek en gebruik wordt gemeten en gebruikersgegevens worden anoniem verzameld.

Vimeo
Gegevens over de bezoeken van de gebruiker worden verzameld zoals welke pagina’s zijn gelezen.

YouTube
Klikgedrag, bekeken video’s en aangepaste voorkeuren worden verzameld. Bezoekersinformatie en gebruikersgedrag wordt gebruikt voor advertenties.