het verhaal van Rob
“Van de dakloosheid?” zegt Rob als je vraagt waar zijn verhaal begint. En dan, bijna alsof hij het zelf ook even afweegt: “Anders bij mijn geboorte.” Rob van der Koelen is geboren in Blerick, op 22 augustus 1965. Hij is zestig en woont nu op kamers in Tegelen.
Als kind was Rob ‘niet de liefste’. Niet het soort jongen van grote misdaad benadrukt hij meteen, maar wel van de grenzen opzoeken. “Kleine dingen. Vandalisme, kleine brandjes…”
Over zijn jeugd is hij kort en direct. “Ik werd veel gepest. Veel in elkaar geslagen.” Als je vraagt waarom, komt er geen heldere reden. “Geen idee. Goeie vraag. Buitenbeentje.” Het is zo’n woord dat je snel uitspreekt, maar dat je jarenlang met je meedraagt.
In die tijd van het pesten zat het op een bepaald moment zó hoog, dat Rob terugkijkt en zegt: “Toen heeft m’n kameraad me moeten tegenhouden.” Het ging over zelfmoord, vertelt hij zonder omwegen. “Met een mes. Eentje wat er hier in gaat en aan de andere kant uit komt.” Hij wijst op z’n buik.
De eenzaamheid zit al vroeg in zijn verhaal. Als hem gevraagd wordt naar relaties zegt hij kort: “Vrijgezel vanaf mijn geboorte.” Hij is eraan gewend geraakt, zegt hij. “Ik weet niet beter.” Het klinkt nuchter, maar er zit ook iets van berusting in, alsof hij ok is om met zichzelf te zijn.
Rob stopte al vroeg met school en ging werken. Op het werk gebeurde iets wat hij nog altijd precies weet: “12 juli 1999, tien over twaalf. Een explosie in de spuiterij. Die vlam kwam naar me toe.” Hij lag twee maanden in het ziekenhuis en stond daarna weer gewoon ‘aan de spuiterij’.
Rob ging pas vrij laat op zichzelf wonen. Hij moest lang wachten op een woning. In 1992 was het zover. “Vrijheid, blijheid,” zegt hij lachend.
Toen zijn werk van veertig naar tachtig uur ging, begon hij spanning op te bouwen. “Van zeven uur in de morgen tot half tien in de avond.” Rob vertelt het alsof hij nog steeds dat ritme voelt. “Toen ging ik aan het drinken. Toen kwam de alcohol erbij kijken.” Zo’n zes jaar hield hij dat vol. Een week was simpel: “Werken, eten, slapen… zaterdagmorgen werken… zondag de huishouding.” En ondertussen woonde hij in wat hij zelf een achterbuurt noemt. Sociale woningbouw, van alles door elkaar en veel dealers.
Op een gegeven moment kreeg hij de schuld van iets wat hij niet gedaan had. Dat hij instanties zou hebben gebeld, buurtgenoten zou hebben verlinkt: “Kinderbescherming, meldingen over mishandeling, diefstal, weet ik wat allemaal.” Terwijl hij tachtig uur werkte en nauwelijks wist wat er in de buurt speelde. “Maar ik kreeg toch de schuld. Ik weet ook niet hoe zich dat opgebouwd heeft. Ze hebben geen bewijzen nodig. Ze wijzen gewoon iemand aan.” Rob zegt dat hij wel weet wie er gebeld heeft, maar hij heeft geen bewijzen. En dus houdt hij zijn mond.
De bedreiging overviel hem. “Recht in het gezicht, ja. Morgen ga je eraan. En dat was het.” De volgende ochtend stond hij vroeg op. Hij stopte kleren in zijn tas, ‘zoveel mogelijk boterhammen’ en ging naar zijn werk.
Op het werk hoorde hij dat er een auto stond die er niet thuis hoorde. In Robs hoofd was het meteen duidelijk: ‘Die komen voor mij.’ Hij werkte door tot laat, wachtte tot de baas de boel sloot, en ging toen pas weg—maar niet naar huis. “In drie weken zat ik in Oostenrijk.”
“Met de fiets,” zegt Rob. Puur op de adrenaline, honderd kilometer per dag. Hij held iedereen in de gaten: “Iedereen met een telefoon in z’n hand vond ik verdacht.” De wereld werd een lijst van mogelijke dreigingen en hij werd iemand die alleen nog vooruit kon. Hij had zijn laatste loon opgenomen, vertelt hij, maar op een gegeven moment was het geld op. “Dan slaap je buiten. Dan leef je van statiegeld.” In Duitsland zat er een kwartje op een fles en zo kwam hij toch aan 40 euro per dag. Van dag tot dag, nooit ergens langer dan één nacht en dan weer door.
Waarom Oostenrijk? “Daar ben ik al vaker geweest.” En toen hij de bergen zag, kwam er iets van opluchting: “Yes! Ik ben er.”
Niemand wist waar Rob was. “Mijn ouders niet. Niemand. Zelfs mijn baas niet.” Hij werd als vermist opgegeven. En toch ging hij op een gegeven moment terug naar huis, ook omdat hij wist dat zijn rekeningen niet betaald werden.
Maar terugkomen betekende niet dat het veilig was. “Dan kom je erachter, het is nog steeds niet veilig.” Ook in Nederland sliep hij toen buiten, omdat hij bang was om terug naar zijn huis te gaan. “Tussen Maasbree en Blerick, daar staat een huisje waar fietsers kunnen schuilen. Dat is veiliger dan in Venlo in de parkeergarage. Daar moet je met één oor en één oog open slapen.”
Nu komt Rob bijna elke dag in het Zelfregiecentrum, maar dat heeft een tijd geduurd. “Nee, nee. Ik ben hier zes keer voorbij gereden.” Rob wilde eerst zien of het klopte, of je het te vertrouwen was. “Toen ben ik toch naar binnen ben gegaan… omdat ik een paar bekende gezichten zag.”
Hij kon zijn dakloosheid een tijd geheimhouden. “Ze wisten niet dat ik dakloos was.” Dat hij dat verborgen hield, vertelt iets over schaamte, maar ook over overleven: zo lang niemand iets weet, kun je blijven meedraaien.
In het zelfregiecentrum werd Rob iemand die aanpakt en meedoet. Iemand die kookt. “Iedereen wist: Rob die maakt pannenkoeken op donderdag.” Op een gegeven moment stonden er 120 man binnen. Drie stapels pannenkoeken. “Gewoon normaal, met spek. En voor wie dat wil ook met kaas.”
Wat overbleef deelde hij uit aan ‘de daklozen buiten die nog niks hadden gehad’.
Langzaam bouwde Rob weer iets op. Een kamer, bewindvoering en stap voor stap ontstond er weer structuur. “Rustig aan, niet alles tegelijk.” Ook werk kwam weer terug in zijn leven-eerst via trajecten, later kreeg hij weer een contract.
Inmiddels is hij van de bewindvoering af, zegt hij.
Hij beheert al een jaar zijn eigen geld. En als je hem vraagt hoe hij naar de toekomst kijkt, dan zegt Rob het in één woord, alsof hij het zelf ook een beetje proeft: “Met zonneschijn.”
Op het einde van het gesprek klinkt hij opgewekt: hij heeft plannen. Vakantie. Misschien een festival in Zuid-Duitsland, maar dan met de trein.
Niet met de fiets.
Hier mensen enthousiasmeren een ervaring met mentale gezondheid te delen.
Wij maken gebruik van cookies.