Altijd stil zijn

Ik ben opgegroeid in een gezin waar veel stress en onrust was, omdat we - voor mijn gevoel - in armoede leefden . Mijn ouders hebben op hun manier liefde willen geven, maar ze hadden niet altijd de juiste tools en als kind voelde ik dat ergens wel. Ik duwde mijn eigen behoeftes weg, omdat het thuis al zwaar genoeg was. Ik wilde vooral niet lastig zijn, maar daar was ik me niet bewust van.

Mijn kamer werd mijn veilige plek. Daar kon ik me terugtrekken. Daar bepaalde ík wat er gebeurde. Op school ging het ook niet makkelijk, omdat ik moeite had met leren en daarom werd ik gepest. Dat gaf me een gevoel van minderwaardigheid, alsof ik niks kon. Naar buiten toe was ik rustig, maar vanbinnen hield ik veel vast.

Toen ik ouder werd, begon ik meer vrijheid te ervaren. Ik kreeg een rijbewijs, leerde nieuwe mensen kennen en kwam in aanraking met drugs. De eerste keer dat ik gebruikte, had ik het gevoel dat ik weer leefde. Het voelde alsof er een enorme last van mijn schouders viel. Voor het eerst voelde ik me niet meer dat stille, onzekere jongetje. Dus ik wilde dat gevoel blijven vasthouden – en daarmee de drugs. Ondertussen begonnen de problemen; mijn geld was vaak binnen twee weken op, brieven van de wegenbelasting en de zorgverzekering bleven liggen en dat ging zover dat er uiteindelijk loonbeslag kwam. En ook thuis botste het steeds harder met mijn ouders.  

Tot ik op een dag thuiskwam en mijn koffers klaarstonden.

Opeens op zichzelf

Dat was de eerste keer dat ik dakloos werd. Of thuisloos, al kende ik dat woord toen nog niet. Voor mij voelde het als dakloos. Je bent in één keer je eigen thuis kwijt. Je eigen veiligheid. Mijn kamer, waar ik me altijd had kunnen terugtrekken, was weg. En nu moest ik het zelf doen, terwijl ik diep vanbinnen wist: de manier waarop ik leef, dat ga ik niet redden.

Ik ging naar mijn broer. Hij is in die periode echt mijn redmiddel geweest. Maar ook daar had ik geen eigen plek. Zo heb ik een tijd met mijn broer en zijn vriendin in een caravan gezeten. Negen maanden lang sliep ik op zo’n klein bankje. Na een tijd was dat niet meer te doen. Drie mensen in zo’n kleine ruimte, dat gaat bijna niet. Later sliep ik op een matrasje in de rommelkamer.


Constant alert

Als je bij iemand anders inwoont, pas je je constant aan. Je loopt op je tenen en kunt je nooit echt ontspannen. Ik was muisstil, want ik wilde niemand tot last zijn. Je voelt dat mensen het niet altijd prettig vinden dat je er bent en je bent afhankelijk van wat een ander bepaalt. Dat geeft schaamte en het gevoel dat je gefaald hebt. Maar ook een constante druk.

Soms koos ik ervoor om in mijn auto te slapen. Vooral als ik veel gebruikt had. Dan dacht ik: ik moet nu niet naar binnen lopen, want zo wil ik mezelf niet laten zien. Dus dan werd mijn auto mijn veilige plek. Ik had gordijntjes achterin en probeerde me een beetje te verstoppen.

Zo heb ik op de raarste plekken gestaan. Aan de Maas. Op parkeerplaatsen. In wijken. Ik moest steeds nadenken waar ik kon gaan staan zonder op te vallen. Als het licht werd en ik stond in een woonwijk, dan ging ik weer ergens anders heen; stel dat de politie me zou ontdekken. Je bent constant alert, bang dat iemand je ziet.

Zolang mogelijk normaal

In de winter was het extra zwaar. Als je in een auto moet slapen terwijl het gesneeuwd heeft, vergeet het maar. Dan slaapt je bijna niet. De bekleding en de zijpanelen zijn ijskoud en je wordt steeds wakker van de kou, van ieder geluid. En toch probeerde ik gewoon te blijven werken. Met periodes lukte dat ook, bijvoorbeeld bij een autoschadebedrijf. Maar dat ging moeizaam. Ik versliep me vaak en op het werk ging ook veel fout. Maar ergens hield ik me eraan vast. Werk betekende toch dat ik nog iets had, dat ik nog meedeed. Ondertussen had ik geen grip op geld en liepen mijn schulden door, terwijl ik vooral bezig was met de dag doorkomen, met verdoven. Met niet-voelen hoe uitzichtloos het eigenlijk was.

Ik was niet echt in beeld bij instanties. Of beter gezegd: ik bleef onder de radar. Ik ging wel eens naar maatschappelijk werk, maar vooral als er iets praktisch opgelost moest worden. Dan vertelde ik wel wat er speelde, maar niet om mezelf echt te laten helpen. Als het praktische stuk opgelost was, verdween ik weer. Ik was zorgmoe. Als kind had ik al hulpverlening meegemaakt en dan werd er óver mij beslist. Daardoor had ik later sterk het gevoel: niemand gaat nog bepalen wat ik doe. Dus als iemand zei: “We gaan nu dit doen, want dat moet opgelost worden,” dan haakte ik af.

Wat ik toen eigenlijk nodig had, was iemand die gewoon contact maakte. Laagdrempelig. Niet iemand die zei: ik ga jou fixen. Maar iemand die naast me stond, zonder me meteen te redden. Dat gebeurde pas later. Ik kwam toen in contact met een hulpverlener die het anders deed. Hij kwam de eerste keer langs met een koffiebroodje. Hij vroeg niet meteen: wat is er mis met jou? Maar: wie ben jij als persoon? Wie ben jij als Mark? Daardoor liet ik hem toe. Hij hielp me uiteindelijk met de bewindvoering en mijn schulden en zo begon ik mezelf weer langzaam op te rapen.


Je thuis terugvinden


Maar… pas nadat ik drie keer thuisloos ben geweest. Ik ben drie keer door dezelfde uitzichtloze situatie heen moeten gaan. En pas toen voelde ik: dit wil ik niet meer. Toen ben ik stap voor stap andere keuzes gaan maken. Contacten verbreken. Stoppen met drugs. Schulden aanpakken. En een eigen plek om te wonen.

Nu weet ik hoe dicht alles bij elkaar ligt. Het lijken losse dingen , maar het is één geheel; wonen, werken, schulden, welzijn, veiligheid. Als je je thuis kwijt raakt, raak je niet alleen een dak kwijt. Je raakt ook je rust kwijt en de ruimte om jezelf te zijn. Hoe vervelend de situatie ook was, ik voel nog altijd grote dankbaarheid naar de mensen die me toen in huis namen.

Thuis zijn is een gevoel. Hoe langer je dat gevoel mist, hoe groter de weerslag op je leven.

Nu werk ik als ervaringsdeskundige en kom ik mensen tegen in dezelfde situatie als ik vroeger. Dan probeer ik degene te zijn die ik als jongvolwassene in mijn leven gemist heb; iemand die naast je gaat staan en je laat zien dat je meer bent dan de dingen die mis gaan. Iemand die je sterke kanten spiegelt en je het vertrouwen geeft dat je het zelf kan. Thuisloosheid kan letterlijk iedereen overkomen. Maar er is altijd een manier om jezelf en je thuis weer terug te vinden.


Bekijk meer ervaringsverhalen

Els (60)

Jolijn Taks (40)

Tessie Wijhers (27)

Openup!

Hier mensen enthousiasmeren een ervaring met mentale gezondheid te delen.

Cookies & Privacy

Wij maken gebruik van cookies.

Google Analytics
Bezoekersstatistieken, websitebezoek en gebruik wordt gemeten en gebruikersgegevens worden anoniem verzameld.

Vimeo
Gegevens over de bezoeken van de gebruiker worden verzameld zoals welke pagina’s zijn gelezen.

YouTube
Klikgedrag, bekeken video’s en aangepaste voorkeuren worden verzameld. Bezoekersinformatie en gebruikersgedrag wordt gebruikt voor advertenties.