Altijd druk

Ik ben Kim-Lee Wong, 44 jaar, muzikant en opgegroeid in Roermond. Als ik terugkijk, denk ik dat mijn verhaal begint bij het gevoel dat ik anders was. Niet per se slechter. Niet per se zielig. Maar anders. Dat voelde ik al als kind. Ik zat op speciaal onderwijs, werd met een busje gehaald en gebracht en zat soms tot acht uur ’s avonds op de opvang. Er hing altijd iets om me heen van: deze jongen past niet helemaal in het reguliere plaatje.  

Ik had een druk hoofd. Alles ging hard. Hard praten, hard voelen, hard reageren. Als kind vroeg ik niet: “Zullen we vriendjes worden?” Ik vroeg: “Zullen we vechten?” Dat was mijn wereld toen. Films, actie, winnen. Er was altijd onrust, altijd energie.  En hoe ouder ik werd, hoe meer ik begon te merken dat andere mensen daar moeite mee hadden. Ook omdat ik zei wat ik dacht zonder stil te staan bij wat dat met iemand deed. Dus ik botste veel.

De jongen die nergens echt leek te passen

Toen ik verhuisde naar een streng katholieke basisschool voelde ik pas echt wat ‘buitengesloten’ betekent. Ik had geen Limburgs accent, ik heette Kim-Lee Wong, maar zag er niet Aziatisch uit én ik kwam uit een religieus gezin van Jehova’s Getuigen. Vier redenen om op te vallen. Ik voelde me constant de buitenstaander en er was altijd bonje.  

Toch waren er ook mensen die verder keken dan mijn gedrag. Mensen die zagen dat ik meer was dan die drukke jongen die niet stil kon zitten. Eén van hen was meester Peters.

Hij gaf me bijna nooit straf. Niet dat ik niks fout deed, maar hij begreep me. Hij zag iets in me. Toen uit een test bleek dat ik HAVO-advies kreeg, hield hij me apart na de gymles. Hij zei: “Jij realiseert je misschien niet waar je vandaan komt en wat dit betekent, maar dit is heel netjes. Daar mag je trots op zijn.”  

Op dat moment deed het me weinig. Maar nu snap ik hoeveel zo’n moment waard is. Eén volwassene die je niet alleen ziet als probleem, maar als mens. Dat zijn ankerpunten. Gouden mensen in je ontwikkeling.

Vluchten voor mijn eigen hoofd

Ook thuis botste het steeds harder omdat ik altijd de grens opzocht. Ik wilde vrijheid. Ik wilde doen wat ík wilde doen. Dus op mijn zestiende ging ik weg van huis. Dat was pijnlijk maar ergens ook nodig, omdat ik een allesoverheersende factor was geworden in het gezin.  

In die periode begon ik veel te blowen. Later kwamen daar ook andere middelen bij. Drugs werden een manier om met mijn hoofd om te gaan, maar ook gewoon een manier om extreme prikkels te voelen. Mijn brein was altijd op zoek naar méér. Meer dopamine. Meer chaos.

Ik kwam terecht in een Wajong-uitkering en raakte steeds verder verwijderd van de maatschappij. Geen structuur. Geen controle. Geen mensen die me corrigeerden.

Ik deed gewoon waar ik zin in had. Muziek maken, blowen en rotzooi trappen. Leven van dag tot dag. Van buiten leek het soms gezellig of wild, maar als je uitzoomde zag je chaos.  

Ik was gewoon een losgeslagen projectiel.

Rock bottom is eenzaamheid

Mensen denken vaak dat rock bottom één groot dramatisch moment is. Maar voor mij was het eerder een patroon. Een rondje waarin ik steeds opnieuw terechtkwam. Middelengebruik. Relaties kapotmaken. Geen richting voelen en dus geen doel hebben. En daarin voelde ik me heel eenzaam. Niet gewoon alleen, maar echt het gevoel dat je nergens meer mee verbonden bent. Dat je jezelf bent kwijtgeraakt en dat je alleen nog maar bezig bent met vluchten voor wat er vanbinnen zit.  

Tijdens corona ging het helemaal mis. In die periode viel alles stil; mijn geloof, mijn werk, de structuur om me heen en ik begon weer oude patronen op te zoeken. Heel veel daten, middelengebruik, nachtenlang wakker blijven. Toen kwam ik iemand tegen van wie ik dacht: dit is misschien wel de liefde van mijn leven. Maar ik stapte die relatie in met een opgebrand hoofd en een destructieve levensstijl. Dus dat kon niet goed gaan.  

Toen die relatie stukliep, vluchtte ik nóg harder. Anderhalf jaar lang eigenlijk. Ik sliep nauwelijks. Ik gebruikte om niet te hoeven voelen. Mijn werk begon het te merken en mensen om me heen begonnen af te haken. Ergens wist ik: dit ligt niet aan de wereld, dit ligt aan mij. Dat inzicht was pijnlijk. Misschien wel het pijnlijkst van alles.

Het licht kwam langzaam terug

Het keerpunt kwam niet ineens. Geen filmachtig moment waarop alles veranderde. Het waren kleine straaltjes licht. Therapie. Muziek maken. Mensen die in me bleven geloven terwijl ik dat zelf nauwelijks nog deed.  

Ik begon aan een album te werken: Pretpark. Dat project werd de spiegel van mijn leven. Elke attractie op dat album staat voor een patroon waar ik in vastzat. Vluchten. Verdoven. Controle verliezen. Want ik besefte ineens: plezier kan ook een gevangenis worden als je er voortdurend in probeert te ontsnappen.

Door dat maakproces voelde ik langzaam weer verbinding. Mensen wilden me helpen en samenwerken. Tijd en energie geven aan mijn project en voor het eerst in lange tijd voelde ik: misschien doe ik er toch toe.  

Het mooiste inzicht dat ik daar uit mocht halen is dat ik het blijkbaar niet alleen hoef te doen. Ik dacht altijd dat ik alles zelf moest dragen. Maar juist toen ik mensen toeliet, begon er iets te veranderen. Ik leerde dat emoties niet de baas hoeven te zijn over mijn leven. Dat ‘gevoel’ niet hetzelfde is als ‘waarheid’ en dat hoofd en hart moeten samenwerken.  

“Jij bent de regisseur van je eigen leven”

Ik weet dat sommige mensen moeite hebben met die uitspraak. Want het leven kan oneerlijk zijn en mensen dragen trauma’s mee, diagnoses, verlies, pijn. Dat begrijp ik. Maar ik geloof óók dat je altijd invloed hebt op de volgende stap. Hoe klein die stap ook is.  

Voor mij begon dat met een aantal simpele vragen:

Wie ben ik eigenlijk?
Wat vind ik mooi?
Waar wil ik naartoe?
Met welke mensen wil ik mezelf omringen?

Ik ben lijstjes gaan maken en plannen gaan schrijven. Ik ben opnieuw gaan bouwen. Niet perfect. Niet ineens genezen, maar wel in beweging.  

Ik rook nog en ik blow nog af en toe. Ik ben niet ineens een heilige geworden, maar ik leef niet meer zoals toen. Ik voel licht op mijn pad. Ik voel weer verbinding met mensen. Ik voel dat ik leef.  

En misschien is dat uiteindelijk wat ik anderen wil meegeven.

Je bent meer dan je donkerste gedachten. Meer dan de rol waarin je jezelf gevangen hebt gezet. En je hoeft niet in één keer de hele berg te beklimmen. Maar je moet wel beginnen met lopen.

 

Cookies & Privacy

Wij maken gebruik van cookies.

Google Analytics
Bezoekersstatistieken, websitebezoek en gebruik wordt gemeten en gebruikersgegevens worden anoniem verzameld.

Vimeo
Gegevens over de bezoeken van de gebruiker worden verzameld zoals welke pagina’s zijn gelezen.

YouTube
Klikgedrag, bekeken video’s en aangepaste voorkeuren worden verzameld. Bezoekersinformatie en gebruikersgedrag wordt gebruikt voor advertenties.